Outils pour utilisateurs

Outils du site


transparencia:cadas:abelfedcadapub:advies-2019-52:start

Cadas > Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis

Advies 52

Met betrekking tot het verkrijgen van documenten in het kader van prijsverhogingen van een geneesmiddel

Transposition

Commissie voor de toegang tot en het
hergebruik van bestuursdocumenten

      Afdeling openbaarheid van bestuur




                     27 mei 2019




                 ADVIES 2019-52

met betrekking tot het verkrijgen van documenten in
het kader van prijsverhogingen van een geneesmiddel

                    (CTB/2019/46)
                                                                         2

   1. Een overzicht

1.1. Bij brief van 7 maart 2019 vraagt mevrouw X, namens Test
Aankoop, aan de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie om
een kopie van de documenten die betrekking hebben op de prijsverhoging
door de firma Essential Pharma m.b.t. het geneesmiddel Camcolit.

1.2. Bij brief van 21 maart 2019 wordt de toegang gedeeltelijk
geweigerd, omdat er gegevens zijn die vertrouwelijk zijn: “Omdat het
administratief dossier documenten bevat die vertrouwelijk zijn en die niet
aan het publiek kunnen verstrekt worden, zoals de kostprijsstructuren met
de nauwkeurig becijferde rechtvaardiging van de verschillende
kostprijselementen die de gevraagde prijzen samenstellen, zijn deze
becijferende gegevens verborgen. (…) Het advies van de Prijzencommissie
van de farmaceutische specialiteiten is vertrouwelijk en wordt niet
gegeven.”

1.3. Bij e-mail van 16 mei 2019 dient de aanvraagster een verzoek tot
heroverweging in bij de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
Tegelijkertijd verzoekt zij de Commissie voor de toegang tot en het
hergebruik van bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid van bestuur
(hierna Commissie genoemd) om een advies.

   2. De ontvankelijkheid van de aanvraag

De Commissie is van oordeel dat het verzoek om advies ontvankelijk is.
Zoals artikel 8, § 2 van de wet van 11 april 1994 ‘betreffende de
openbaarheid van bestuur’ (hierna: de wet van 11 april 1994) voorschrijft,
heeft de aanvraagster haar verzoek om advies aan de Commissie en het
verzoek tot heroverweging aan de FOD Economie, K.M.O., Middenstand
en Energie tegelijkertijd ingediend.

3. De gegrondheid van de aanvraag

Artikel 32 van de Grondwet en de wet van 11 april 1994 huldigen
principieel het recht van toegang tot alle bestuursdocumenten. De toegang
tot bestuursdocumenten kan slechts worden geweigerd wanneer één of
meer uitzonderingsgronden kunnen of moeten worden ingeroepen die
zich bevinden in artikel 6 van de wet van 11 april 1994 en dit inroepen in
concreto en op pertinente wijze kan worden gemotiveerd. Slechts
                                                                        3

uitzonderingsgronden die bij wet zijn opgelegd kunnen worden
ingeroepen en bovendien geldt dat ze beperkend geïnterpreteerd moeten
worden (Arbitragehof, arrest nr. 17/97 van 25 maart 1997, overweging
B.2.1 en 2.2 en Arbitragehof, arrest nr. 150/2004 van 15 september 2004,
overweging B.3.2).

De Commissie stelt vast dat de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en
Energie de openbaarheid weigert van informatie die een vertrouwelijk
karakter zou hebben. Uit de aangehaalde motivering blijkt dat de FOD
Economie, K.M.O., Middenstand en Energie hier een afdoende grondslag
voor de weigering meent te vinden in artikel 6, § 1, 7° van de wet van 11
april 1994 op grond waarvan een administratieve overheid de vraag om
toegang tot een bestuursdocument afwijst wanneer zij heeft vastgesteld
dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming
van het uit de aard van de zaak vertrouwelijk karakter van de
ondernemings- en fabricagegegevens die aan de overheid zijn meegedeeld.
Het beschermde belang in deze uitzonderingsgrond kan evenwel niet
zomaar worden ingeroepen, aangezien niet alle ondernemings- en
fabricagegegevens geheim kunnen worden gehouden, maar enkel zij die
uit de aard van de zaak een vertrouwelijk karakter vertonen. Voor de
invulling van deze informatie kan verwezen worden naar de omschrijving
van het begrip “bedrijfsgeheim” in artikel I.17/1 van het Wetboek van
Economisch Recht zoals ingevoerd door de wet van 30 juli 2018 (BS 14
augustus 2018). Hierin wordt het begrip bedrijfsgeheim als volgt
gedefinieerd: “informatie die aan de volgende cumulatieve voorwaarden
voldoet:
  a) ze is geheim in die zin dat zij, in haar geheel dan wel in de juiste
samenstelling en ordening van haar bestanddelen, niet algemeen bekend
is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de kringen die
zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie;
  b) ze bezit handelswaarde omdat zij geheim is;
  c) ze is door de persoon die rechtmatig daarover beschikt onderworpen
aan redelijke maatregelen, gezien de omstandigheden, om deze geheim te
houden.”

Dit moet echter wel in concreto worden aangetoond. Bovendien moet een
belangenafweging plaatsvinden waaruit blijkt dat het belang dat gediend
is met de openbaarheid niet zwaarder doorweegt dat de vertrouwelijke
ondernemings- en fabricagegegevens. Vertrouwelijke ondernemings- en
                                                                        4

fabricagegegevens worden dus niet zomaar uit zichzelf beschermd en
verhinderen niet automatisch de openbaarmaking ervan.

Wat betreft het advies van de Prijzencommissie van de farmaceutische
specialiteiten opgericht door het koninklijk besluit van 8 augustus 1975
‘tot oprichting van een Prijzencommissie voor de Farmaceutische
Specialiteiten’ (BS 19 augustus 1975) bepaalt artikel 6 het volgende: “De
leden en de experten van de Prijzencommissie voor de Farmaceutische
Specialiteiten zijn ertoe gehouden het beroepsgeheim te bewaren. De
schending ervan wordt bestraft met de in artikel 458 van het Strafwetboek
voorziene straffen.” Uit de omschrijving blijkt dat de ingevoerde
geheimhouding enkel geldt voor de leden en de experten van, maar niet
voor de Prijzencommissie als instelling. Bovendien kan een
geheimhoudingsplicht enkel worden ingeroepen om de openbaarmaking
te weigeren wanneer de openbaarmaking afbreuk zou doen aan een bij
wet opgelegde geheimhoudingsverplichting. Dit betekent niet dat, in
voorkomend geval, er voor bepaalde informatie uit het advies van de
Prijzencommissie geen andere uitzonderingsgrond kan worden
ingeroepen als het inroepen ervan afdoende en voldoende in concreto kan
worden verantwoord.


Brussel, 27 mei 2019.




   F. SCHRAM                                               K. LEUS
   secretaris                                             voorzitster

transparencia/cadas/abelfedcadapub/advies-2019-52/start.txt · Dernière modification : 2020/09/28 23:41 de 127.0.0.1