transparencia:cadas:abelfedcadapub:advies-2010-53:start
Table des matières
Cadas > Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis
Advies 53
Over de weigering om toegang te verlenen tot een contract
Date: 13/9/2010
- Copie locale: advies-2010-53.pdf
Transposition
Commissie voor de toegang tot en het
hergebruik van bestuursdocumenten
Afdeling openbaarheid van bestuur
13 september 2010
ADVIES 2010-53
over de weigering om toegang te verlenen tot een
contract
(CTB/2010/48)
2
1. Een overzicht
Bij mail van 23 juni 2010 vroeg de heer Tom Cochez om een kopie van
de overeenkomst gesloten tussen De Post, de Staat en de
dagbladuitgevers in verband met de verdeling van tijdschriften en de
vervroegde verdeling van kranten.
Op dit verzoek werd door de Post gedeeltelijk ingegaan bij mail van 4
augustus 2010. Het niet openbaarmaken van bepaalde informatie werd
gemotiveerd op grond van het feit dat deze informatie moet worden
beschouwd als vertrouwelijk geachte ondernemings- en
fabricagegegevens. Artikel 6, § 1, 7° van de wet van 11 april 1994
betreffende de openbaarheid van bestuur laat immers toe om de
vertrouwelijkheid van ondernemings- en fabricagegevens in te roepen
om de openbaarmaking te weigeren.
Bij mail van 17 augustus 2010 vraagt de heer Tom Cochez de Commissie
voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten, afdeling
openbaarheid van bestuur, hierna Commissie genoemd, om een advies.
Bij mail van 17 augustus 2010 wordt bij De Post ook een verzoek tot
heroverweging ingediend.
2. De ontvankelijkheid van
van de adviesaanvraag
De Commissie is van mening dat de aanvraag ontvankelijk is. Het
verzoek om advies aan de Commissie en het verzoek tot heroverweging
gericht aan De Post werd immers in overeenstemming met artikel 8, § 2
van de wet van 11 april 1994 tegelijkertijd ingediend. Aangezien het
gevraagde bestuursdocument niet kan worden beschouwd als een
document van persoonlijke aard, moet de aanvrager ook niet beschikken
over een belang.
3. De gegrondheid van de adviesaanvraag
De Commissie sluit niet uit dat bepaalde informatie uit het gevraagde
bestuursdocument geheim moet worden gehouden. Zij is immers van
oordeel dat in casu twee uitzonderingsgronden moeten worden
ingeroepen voor zover het inroepen ervan in concreto en op pertinente
wijze kan worden geweigerd.
3
Vooreerst moet DE Post rekening houden met artikel 6, § 1, 7° op grond
waarvan een federale administratieve overheid de openbaarmaking van
informatie in een bestuursdocument moet weigeren als zij heeft
vastgesteld dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de
bescherming van het uit de aard van de zaak vertrouwelijk karakter van
de ondernemings- en fabricagegegevens die aan de overheid zijn
meegedeeld. Om deze uitzonderingsgrond te kunnen inroepen moet wel
aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. In de eerste plaats wordt door
deze uitzonderingsgrond enkel informatie van derden beschermd, geen
informatie die van de overheid zelf afkomstig is. Daarnaast moet de
informatie uit de aard van de zaak als vertrouwelijk worden beschouwd.
Er kan slechts sprake zijn van vertrouwelijkheid in de mate dat de
openbaarmaking schade toebrengt aan ondernemings- en
fabricagegevens. Bovendien moet nog worden afgewogen of het publiek
belang dat gediend is met de openbaarmaking van deze informatie niet
zwaarder doorweegt. Dit moet steeds in concreto gebeuren, wat betekent
dat met elementen uit het gevraagde document duidelijk wordt gemaakt
dat de uitzonderingsgrond wel degelijk van toepassing is. De Commissie
stelt vast dat De Post heeft nagelaten om in concreto aan te tonen
waarom de geschrapte informatie onder de ingeroepen
uitzonderingsgrond valt. Slechts in de mate ze dit kan aantonen, roept ze
terecht de betrokken uitzonderingsgrond in.
De Commissie wenst er ook op te wijzen dat De Post eventueel ook
artikel 6, § 1, 6° kan inroepen op grond waarvan een administratieve
overheid de openbaarmaking moet weigeren als zij heeft vastgesteld dat
het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van
een federaal economisch of financieel belang, de munt of het openbaar
krediet. Als overheidsbedrijf in een concurrentiële markt is niet
uitgesloten dat De Post ook deze uitzonderingsgrond moet inroepen om
bepaalde gevoelige informatie die op haarzelf betrekking heeft en die
haar concurrentiële positie zou verzwakken aan de openbaarmaking te
onttrekken voor zover zij dit in concreto kan aantonen en het belang van
de openbaarheid niet zwaarder doorweegt dan het betrokken belang.
Brussel, 13 september 2010.
F. SCHRAM J. LUST
secretaris plaatsvervangend voorzitter
transparencia/cadas/abelfedcadapub/advies-2010-53/start.txt · Dernière modification : de 127.0.0.1
