Outils pour utilisateurs

Outils du site


transparencia:cadas:abelfedcadapub:advies-2010-42:start

Cadas > Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis

Advies 42

Over de weigering om toegang te verlenen informatie uit offertes

Transposition

Commissie voor de toegang tot en het
hergebruik van bestuursdocumenten

      Afdeling openbaarheid van bestuur




                     12 juli 2010




                 ADVIES 2010-42

over de weigering om toegang te verlenen informatie
                    uit offertes
                    (CTB/2010/37)
                                                                        2

   1. Een overzicht

Op 9 februari 2010 vraagt de b.v.b.a. Gebroeders Vochten om een kopie
van het PV van opening van de inschrijvingen van de aanbesteding van
27 juni 2008 en van 18 november 2008, een kopie van het
inschrijvingsbiljet van de andere inschrijvers en een kopie van het
verslag van nazicht van de inschrijvingen aan het Ministerie van
Landsverdediging.

Bij brief van 12 maart 2010 wordt gedeeltelijk ingegaan op het verzoek
om toegang, maar worden gegevens over de gedetailleerde prijzen van de
andere firma geschrapt, omdat ze moeten worden beschouwd als
ondernemings- en fabricagegegevens die aan de overheid zijn
meegedeeld en die uit de aard van de zaak een vertrouwelijk karakter
hebben.

Bij brief van 22 maart 2010 verklaart de b.v.b.a. Gebroeders Vochten dat
ze het niet eens is met de weigering om de detailprijzen van de andere
inschrijvers in het dossier 8IP005 te verstrekken en vraagt opnieuw om
de detailprijzen van de andere inschrijvers te ontvangen voor wat betreft
het sanitaire gedeelte en het gedeelte HVAC zonder melding van wie de
inschrijvers zijn.

Bij brief van 9 april 2010 bevestigt het Ministerie van landsverdediging
de ontvangst van de brief van 22 maart 2010.

Bij brief van 10 mei 2010 weigert kolonel Vincent D’Hoest, namens het
Ministerie van Landsverdediging deze informatie te verstrekken op
grond van artikel 6, § 1, 7° van de wet van 11 april 1994 betreffende de
openbaarheid van bestuur. Bovendien wordt gesteld dat het belang dat
gediend is met de openbaarmaking niet zwaarder doorweegt dan het
beschermen van het vertrouwelijk karakter van de gevraagde informatie.
Uit de brief blijkt dat het Ministerie van Landsverdediging de aanvraag
van 22 maart 2010 beschouwt als een nieuwe vraag om toegang.

Bij brief van 21 juni 2010 dient de b.v.b.a. Gebroeders Vochten een
verzoek tot heroverweging in bij het Kabinet van de Minister van
Landsverdediging en bij aangetekende en gewone brief van 21 juni 2010
verzoekt hij de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van
                                                                         3

bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid         van   bestuur,   hierna
Commissie genoemd, om een advies.

   2. De ontvankelijkheid van de aanvraag

De Commissie is van mening dat voldaan werd aan de vereiste van de
gelijktijdigheid van het verzoek tot heroverweging gericht aan het
Kabinet van de Minister van Landsverdediging en van het verzoek om
advies gericht aan de Commissie. De Commissie stelt bovendien vast dat
de gevraagde informatie niet als een document van persoonlijke aard kan
worden beschouwd, zodat de aanvrager geen belang dient aan te tonen.
Het feit dat de aanvrager een belang aantoont in deze casus speelt dan
ook in principe geen rol bij het beoordelen van deze adviesaanvraag.

   3. De gegrondheid van de aanvraag

De Commissie stelt vast dat het verzoek om toegang werd geweigerd op
grond van artikel 6, § 1, 7° van de wet van 11 april 1994 betreffende de
openbaarheid van bestuur op grond waarvan een federale of niet-federale
administratieve overheid de vraag om inzage, uitleg of mededeling in
afschrift van een bestuursdocument afwijst wanneer zij heeft vastgesteld
dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming
van het uit de aard van de zaak vertrouwelijk karakter van de
ondernemings- en fabricagegegevens die aan de overheid zijn
meegedeeld. Ook al stelt het Ministerie van Landsverdediging dat het
belang dat gediend is met de openbaarmaking niet opweegt tegen het
belang van de bescherming van het vertrouwelijk karakter van de
gevraagde informatie, toch toont zij niet in concreto aan dat de
gevraagde     informatie     wel    degelijk   onder     de    ingeroepen
uitzonderingsgrond valt. Uit de rechtspraak van de Raad van State en de
adviespraktijk van de Commissie blijkt immers dat een administratieve
overheid niet kan volstaan met een algemene formule om de
openbaarmaking af te wijzen. Bovendien voldoet de motivering niet aan
de vereisten van artikel 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de
uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen.

Bovendien moet het Ministerie van Landsverdediging in casu rekening
houden met artikel 65/10 van de wet van 24 december 1993 betreffende
de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van
werken, leveringen en diensten, zoals gewijzigd door de wet van 23
                                                                       4

december 2009 tot invoeging van een nieuw boek betreffende de
motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de wet van 24
december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige
opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten (in
werking gesteld op 25 februari 2010 door artikel 76 van het koninklijk
besluit van 10 februari 2010 tot wijziging van bepaalde koninklijke
besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de
overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van
werken, leveringen en diensten). Dit artikel bepaalt het volgende:

           “§ 1. Bepaalde gegevens mogen evenwel niet worden
           medegedeeld indien de openbaarmaking ervan de toepassing
           van een wet zou belemmeren, in strijd zou zijn met het
           openbaar belang, nadelig zou zijn voor de rechtmatige
           commerciële belangen van overheidsbedrijven of particuliere
           ondernemingen of de eerlijke mededinging tussen de
           ondernemingen zou kunnen schaden.
           § 2. De aanbestedende instantie en elke persoon die, in het
           kader van zijn functie of van de hem toevertrouwde
           opdrachten, kennis heeft van vertrouwelijke informatie over
           een opdracht of die hem, in het kader van het plaatsen en de
           uitvoering van de opdracht, door de kandidaten, inschrijvers,
           aannemers, leveranciers of dienstverleners werd verstrekt,
           mogen die informatie niet bekendmaken. Deze informatie
           heeft meer bepaald betrekking op de technische of
           commerciële geheimen en op de vertrouwelijke aspecten van
           de offertes.”




Brussel, 12 juli 2010.




   F. SCHRAM                                              J. BAERT
   secretaris                                            voorzitter

transparencia/cadas/abelfedcadapub/advies-2010-42/start.txt · Dernière modification : de 127.0.0.1