[[..:..:start|Cadas]] > [[..:start|Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis]] ==== Advies 66 ==== ====== Over de weigering om een kopie te verstrekken van de notulen van het uitvoerend comité van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren ====== Date: 17/11/2010 * Source: [[https://www.ibz.rrn.fgov.be/fr/commissions/publicite-de-ladministration/avis/2010/ADVIES-2010-66.pdf]] * Copie locale: {{.:advies-2010-66.pdf}} ===== Transposition ===== Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Afdeling openbaarheid van bestuur 17 november 2010 ADVIES 2010-66 over de weigering om een kopie te verstrekken van de notulen van het uitvoerend comité van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (CTB/2010/60) 2 1. Een overzicht Bij brief van 22 juni 2010 vroeg de heer Frank Judo aan het Instituut van de Bedrijfsrevisoren om het relevante uittreksel uit de notulen van het uitvoerend comité met betrekking tot de mededeling aan de bedrijfsrevisoren van 29 maart 2010 met betrekking tot de looptijd van een mandaat. Bij brief van 2 juli 2010 antwoordde het Instituut van de Bedrijfsrevisoren dat zij wenst te vernemen in welke hoedanigheid de heer Frank Judo de vraag stelt en “tevens de toepasbaarheid van alle voorwaarden van de wetgeving inzake openbaarheid van bestuur te willen verantwoorden”. Bij brief van 15 juli 2010 stelt de heer Frank Judo dat het grondrecht van toegang tot bestuursdocumenten niet als vereiste stelt dat hij zijn aanvraag zou moeten verantwoorden of een belang zou moeten aantonen. Bij brief van 27 juli 2010 beslist het Instituut van de Bedrijfsrevisoren de aanvraag te moeten weigeren omdat artikel 24 van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 tot vaststelling van het huishoudelijk reglement van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren niet voorziet in de openbaarmaking van de notulen. Bij brief van 2 augustus 2010 brengt de heer Frank Judo het Instituut van de Bedrijfsrevisoren ter kennis dat hij het niet eens is met het door het Instituut ingenomen standpunt. Bij brief van 17 september 2010 herhaalt de heer Frank Judo zijn standpunt over de onterechte weigering tot openbaarmaking van de notulen. Bij brief van 11 oktober 2010 bevestigt het Instituut van de Bedrijfsrevisoren zijn eerder ingenomen standpunt: de notulen van het Uitvoerend Comité van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren zijn enkel bedoeld om meegedeeld te worden aan de betrokkene voor zover het om beslissingen van administratieve aard met individuele strekking gaat. 3 Bij brief van 14 oktober 2010 verzoekt de heer Frank Judo de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid van bestuur, hierna Commissie genoemd, om een advies. Het secretariaat van de Commissie ontvangt deze aanvraag op 19 oktober 2010. Diezelfde dag vraagt hij het Instituut van de Bedrijfsrevisoren zijn standpunt te heroverwegen. Het secretariaat van de Commissie stelt vast dat bij de aanvraag bepaalde documenten ontbreken en verzoekt bij mail van 19 oktober 2010 om deze zo snel mogelijk te bezorgen. Mevrouw Michelle Daelemans bezorgt het secretariaat van de Commissie bij mail van 19 oktober 2010 volgende documenten: - de brief van Mr. Judo aan het Instituut voor Bedrijfsrevisoren dd. 22 juni 2010; - de brief van het Instituut voor Bedrijfsrevisoren aan Mr. Judo, dd. 2 juli 2010; - de brief van Mr. Judo aan het Instituut voor Bedrijfsrevisoren dd. 15 juli 2010; - de brief van het Instituut voor Bedrijfsrevisoren aan Mr. Judo, dd. 27 juli 2010; - de brief van Mr. Judo aan het Instituut voor Bedrijfsrevisoren dd. 2 augustus 2010; - de brief van Mr. Judo aan het Instituut voor Bedrijfsrevisoren dd. 17 september 2010; - de brief van het Instituut voor Bedrijfsrevisoren aan Mr. Judo, dd. 11 oktober 2010; - de brief van Mr. Judo aan het Instituut voor Bedrijfsrevisoren dd. 14 oktober 2010. 2. Ontvankelijkheid De Commissie is van mening dat het verzoek om advies niet ontvankelijk is. Artikel 8, § 2 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur bepaalt dat wie moeilijkheden ondervindt om toegang te krijgen tot een bestuursdocument, een verzoek tot heroverweging kan indienen bij de federale administratieve overheid die niet op het verzoek tot openbaarmaking is ingegaan. Tegelijkertijd dient dan wel een verzoek 4 om advies aan de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten te worden gericht. De Commissie stelt vast dat de brief van 2 augustus 2010 eigenlijk moet worden beschouwd als het verzoek tot heroverweging. Het verzoek tot heroverweging is immers door de wetgever niet onderworpen aan specifieke vorm- of inhoudelijke vereisten. Het is voldoende dat de aanvrager aangeeft dat hij het niet eens is met de beslissing over zijn aanvraag. Op dat moment heeft hij de Commissie niet om een advies gevraagd. De Commissie stelt wel vast dat in de beslissing van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren werd nagelaten de beroepsmogelijkheden te vermelden. De enige sanctie die de wetgever heeft opgelegd tegen het niet vermelden van de beroepsmogelijkheden is dat de verjaringstermijn voor het indienen van het beroep geen aanvang neemt. Ook de brief van 17 september 2010 waarin de heer Frank Judo zijn verzet tegen het standpunt van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren herhaalt, is niet gepaard gegaan met een vraag om advies aan de Commissie. De brief van 11 oktober 2010 waarin het Instituut van de Bedrijfsrevisoren zijn eerder ingenomen standpunt bevestigt, moet worden beschouwd als een beslissing over het verzoek tot heroverweging. Ook in deze brief werden de beroepsmogelijkheden niet vermeld. Pas bij brieven van 14 oktober werd een ‘verzoek tot heroverweging’ aan het Instituut van de Bedrijfsrevisoren en een verzoek om advies aan de Commissie gericht, op een ogenblik dat er al een beslissing was genomen over het verzoek tot heroverweging. Vanaf dat ogenblik had de Commissie zelfs geen enkele bevoegdheid meer om zich over de zaak uit te spreken. De Commissie stelt vast dat niet werd voldaan aan de wettelijke voorwaarde van de gelijktijdigheid van het verzoek tot heroverweging en het verzoek om advies. Niets belet evenwel dat de aanvrager de procedure helemaal over te doen. Als er niet wordt ingegaan op een nieuwe aanvraag, dan kan hij 5 wel de administratieve beroepsprocedure op rechtsgeldige wijze instellen. Brussel, 17 november 2010. F. SCHRAM J. BAERT secretaris voorzitter