[[..:..:start|Cadas]] > [[..:start|Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis]] ==== Advies 31 ==== ====== Over de impliciete weigering om toegang te verlenen tot documenten in dossiers over ministeriële bezoeken aan Pakistan in 1989 ====== Date: 10/5/2010 * Source: [[https://www.ibz.rrn.fgov.be/fr/commissions/publicite-de-ladministration/avis/2010/ADVIES-2010-31.pdf]] * Copie locale: {{.:advies-2010-31.pdf}} ===== Transposition ===== Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Afdeling openbaarheid van bestuur 10 mei 2010 ADVIES 2010-31 over de impliciete weigering om toegang te verlenen tot documenten in dossiers over ministeriële bezoeken aan Pakistan in 1989 (CTB/2010/25) 2 1. Een overzicht Bij brief van 17 februari 2010 vraagt dhr. X aan de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking om inzage van de dossiers over de ministeriële bezoeken aan Pakistan in 1989: - van 31 januari 1989 tot 4 februari 1989 (Minister van Buitenlandse Handel); - van 7 tot 11 september 1989 (Minister van Buitenlandse Handel); - van 14 tot 23 november 1089 (Staatssecretaris Buitenlandse Handel). Bij brief van 2 april 2010 richt hij zich tot de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid van bestuur, hierna Commissie genoemd, met de vraag om een advies uit te brengen. Diezelfde dag richt hij ook een verzoek tot heroverweging aan de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Bij brief van 19 april 2010 vraagt de heer X de Commissie om een nieuw advies. Op 14 april 2010 heeft hij immers van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking een reactie ontvangen. Hij vraagt dat de Commissie hierover een advies zou uitbrengen. 2. De ontvankelijkheid van de adviesaanvraag De Commissie stelt vast dat zij op grond van artikel 6, § 2 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur slechts bevoegd is om een advies uit te brengen over een verzoek om advies dat tegelijkertijd werd ingediend als een verzoek tot heroverweging. De aanvrager heeft op 2 april 2010 een ontvankelijk verzoek om advies ingediend bij de Commissie. De Commissie heeft hierover een advies uitgebracht op 8 april 2010. De Commissie stelt vast dat de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op 1 april 2010 een beslissing over de aanvraag heeft genomen. Deze beslissing werd echter laattijdig genomen, zodat op grond van de wet al een stilzwijgende weigeringsbeslissing tot stand was gekomen. Over deze impliciete weigeringsbeslissing heeft de Commissie een advies verleend, meer bepaald advies 2010-29. Eenmaal ze haar adviesbevoegdheid heeft uitgeoefend, is de bevoegdheid van de 3 Commissie over een verzoek om advies met hetzelfde voorwerp door dezelfde aanvrager in principe uitgeput. De Commissie is dan ook van mening dat het nieuwe verzoek om advies niet ontvankelijk is. Brussel, 10 mei 2010. F. SCHRAM J. BAERT secretaris voorzitter